Blog || De Doorslaap-Mythe: Waarom baby’s niet hoeven door te slapen (en waarom dat helemaal normaal is)
Share
De Doorslaap-Mythe: waarom het tijd is dat we er massaal mee stoppen
Veel ouders maken zich zorgen als hun baby niet doorslaapt, maar dat is vaak gebaseerd op verwachtingen die niets te maken hebben met hoe baby’s écht werken. In deze blog lees je waarom wakker worden volledig normaal is, hoe natuurlijk slaapgedrag eruitziet en waarom doorslapen helemaal geen mijlpaal is. Rust voor ouders begint bij begrijpen, niet bij trainen.
Als er één vraag is die ouders tot diep in hun vermoeide ziel kan raken, dan is het wel deze: “Slaapt hij al door?” Het wordt gebracht alsof het iets heel normaals is om te vragen. Alsof doorslapen de standaard is. Alsof jouw baby pas “goed functioneert” als hij acht uur lang stil is geweest. Maar laten we het beestje eens bij de naam noemen: Deze hele doorslaap-mythe is bedacht door volwassenen die behoefte hebben aan controle, niet door de natuur, en zeker niet door baby’s. Het past niet bij hun lichaam. Niet bij hun hersenontwikkeling. Niet bij hun zoogdierlogica. En niet bij hoe hechting werkt. En tóch verwachten we het massaal.
De natuur heeft dit probleem niet. Wij wel. Kijk naar jonge dieren. Altijd! Een kalf, een pup, een jong aapje, geen enkel jong zoogdier slaapt urenlang diep en zelfstandig, weg van de ouder. Ze worden wakker, zoeken even contact, drinken wat, kruipen dichterbij, en vallen weer verder in slaap. Niemand zegt tegen een koe: “Goh, jouw kalf slaapt zeker nog niet door hè?” Niemand vraagt een pasgeboren aapje “wanneer hij eindelijk eens zelfstandig de nacht doorkomt”. Waarom doen we dat wél bij mensenbaby’s? Mensenbaby’s zijn óók zoogdieren. En ze gedragen zich precies zoals jonge zoogdieren zich horen te gedragen.
Een baby wordt wakker omdat dat veilig is. Niet omdat er iets mis is. Baby’s slapen licht, heel licht. Ze hebben korte slaapcycli, ze verwerken indrukken, ze checken of ze nog veilig zijn. Ze worden wakker om te drinken, te ontladen, te voelen of jij er nog bent. Niet om je te irriteren. Niet omdat je ze “verkeerd” hebt laten inslapen. Niet omdat je ze te veel bij je houdt, of te weinig, of te vaak voedt. Maar omdat hun systeem dat nodig heeft. Hun hersenen kunnen stress en spanning nog niet zelf reguleren. Ze hebben jouw aanwezigheid nodig om tot rust te komen. Hun lijfje weet dat nabijheid gelijk staat aan veiligheid. Dat is geen gewoonte. Dat is biologie.
Doorslapen is geen ontwikkeling. Het is een verwachting. De verwachting dat een baby van een paar maanden “hoort” door te slapen, is gebaseerd op volwassen wensen, niet op babybehoeften. Baby’s kunnen nog niet zelfstandig door de nacht heen reguleren. Ze hebben simpelweg de hersenrijpheid nog niet om zichzelf gerust te stellen, spanning weg te ademen, of logisch te bedenken: “Ik voel iets, maar dat is niet gevaarlijk, ik pak zo de slaap wel weer op.”
Dat soort denken komt in de peutertijd pas een beetje kijken. Voor die tijd is wakker worden een teken van gezondheid, van veiligheid, van ontwikkeling. “Hij slaapt door” betekent vaak: “Hij roept niet meer.” Dit is het stuk waar de meeste mensen liever niet over praten. Een baby die ‘doorleert slapen’, slaapt meestal niet werkelijk door. Hij laat het alleen niet meer weten als hij wakker wordt. Er is een groot verschil tussen een baby die rustig verder slaapt en een baby die stil blijft omdat hij geleerd heeft dat roepen niets oplevert.
Dat laatste lijkt “succes”, maar het is geen rijpheid. Het is aanpassen. En aanpassen is iets heel anders dan veilig ontwikkelen. Wanneer een baby durft te roepen, durft te melden, durft te zoeken, dan voelt hij zich veilig genoeg om dat te doen. Dat is hechting. Dat is vertrouwen. Dat is wat we juist wíllen.
Nachten horen rommelig te zijn. Jij doet niets fout. Het is tijd dat we normaal gaan vinden wat normaal ís: Baby’s worden wakker. Baby’s hebben nabijheid nodig. Baby’s hebben voeding nodig, troost, warmte, bevestiging. Baby’s slapen geen uren achter elkaar zoals volwassenen. En het zegt niets over jouw ouderschap als jouw nachten intens zijn. Het zegt iets over hoe normaal jouw baby is. De vraag moet niet zijn: “Slaapt hij al door?” De vraag moet zijn: “Waarom verwachten we dat eigenlijk?” Want zodra dát kwartje valt, gebeurt er iets bijzonders. De druk valt weg. Het schuldgevoel zakt. Je kijkt anders naar je baby. En je ziet: er is helemaal niets dat afgeleerd hoeft te worden. Wat jouw baby doet, is precies hoe het hoort. En wat jij doet, is precies wat jouw baby nodig heeft. Nacht na nacht. Op de meest natuurlijke manier die er is.