Orgasme versus bevallen.

Orgasme versus bevallen.

Zenuwstelsel & Hormonen

Wat een orgasme je kan leren over bevallen

Vrouwen krijgen makkelijker een orgasme met warme voeten. En die sokken in je vluchtkoffer? Fysiologisch gezien een van de slimste dingen die je kunt meenemen. Over veiligheid, zenuwstelsel, oxytocine en de biologische logica achter ontspannen bevallen.

Er is een onderzoek, gedaan door wetenschappers van de Universiteit van Groningen, waaruit bleek dat mensen met warme voeten significant makkelijker een orgasme krijgen dan mensen met koude voeten. De oplossing die het meest hielp? Sokken aantrekken. Gewone, saaie, niet-romantische sokken. De kans op een orgasme steeg daarmee van 50% naar 80%.

Lees die zin nog eens.

Sokken. Tachtig procent. En nu kijk je misschien naar je vluchtkoffer, die tas die zorgvuldig ingepakt staat voor het ziekenhuis of het geboortecentrum, en vraag je je af of daar sokken in zitten. Waarschijnlijk wel. Maar waarschijnlijk niet omdat iemand je heeft uitgelegd waarom dat fysiologisch gezien een van de slimste dingen is die je kunt meenemen.

Want warme voeten zijn geen comfort. Ze zijn een signaal. Een signaal aan je zenuwstelsel dat het veilig is om los te laten. En dat signaal, dat kleine, banale, volledig onderschatte signaal, is precies wat je lichaam nodig heeft om te kunnen bevallen.

Bevallen en seksuele ontspanning delen iets fundamenteels, iets wat in ons moderne systeem rondom geboorte zelden ter sprake komt: beide processen zijn volledig afhankelijk van je zenuwstelsel, en dat zenuwstelsel reageert op veiligheid. Niet op wilskracht. Niet op adviezen. Op veiligheid.

Twee processen, één logica

Stel je voor: je ligt in bed. Je partner is er. De gordijnen zijn dicht. Er is niemand anders in huis. Je lichaam weet, zonder dat je er bewust iets voor doet, dat het veilig is om los te laten. De spieren ontspannen. De ademhaling verdiept. Het parasympathische zenuwstelsel neemt het over.

Nu stel je voor: dezelfde slaapkamer, maar de deur staat open. Er loopt iemand door de gang. Je weet niet wie. En je partner vraagt halverwege hardop: "Gaat het goed?"

Juist.

Je lichaam reageert op informatie uit de omgeving, zelfs op subtiele informatie, zelfs als je daar bewust weinig last van hebt. Dit is geen psychologische gevoeligheid. Dit is neurobiologie.

Bevallen is geen prestatie. Het is een hormonaal en neurologisch proces dat verloopt wanneer het lichaam de omgeving als veilig registreert, net zoals elk ander diep fysiologisch proces in je lichaam.

Een bevalling vraagt precies hetzelfde van je zenuwstelsel als een orgasme. Niet figuurlijk. Letterlijk. Beide processen vereisen een dominantie van het parasympathische zenuwstelsel, de toestand van rust, vertrouwen en verbinding. Beide worden gestuurd door oxytocine. Beide worden actief geblokkeerd door adrenaline.

Het hormoon dat alles in beweging zet

Oxytocine. Je kent het misschien als het 'knuffelhormoon', en dat is niet helemaal onterecht, maar het is ook onvolledig. Oxytocine is veel meer dan een warm gevoel. Het is een hormoon van vertrouwen, nabijheid en veiligheid. Het wordt aangemaakt in intieme momenten, bij aanraking, bij oogcontact, bij de geboorte van je kind, én het is de motor achter je weeën.

Weeën zijn oxytocine-gedreven spiersamentrekkingen. Zonder oxytocine: geen weeën. Zonder weeën: geen vordering. Zo simpel, zo fundamenteel.

Biologische achtergrond Oxytocine wordt aangemaakt in de hypothalamus en vrijgegeven via de hypofyse. Het werkt in een positieve feedbacklus: hoe meer de baarmoederhals uitwijkt, hoe meer oxytocine vrijkomt, hoe sterker de weeën. Dit mechanisme heet de Ferguson-reflex. Het bijzondere: deze feedbacklus is kwetsbaar voor verstoring van buitenaf, met name voor stresshormonen als adrenaline en cortisol.

Maar oxytocine is verlegen. Het werkt het beste in het donker, in warmte, in rust. Het floreert bij vertrouwde aanwezigheid. Het krimpt ineen bij onbekende gezichten, felle lampen en het gevoel dat je in de gaten gehouden wordt. Dat is geen toeval. En het is ook geen zwakheid. Dat is evolutie.

Waarom zoogdieren zich verstoppen

Kijk naar elk zoogdier dat gaat baren. Een kat verdwijnt achter de wasmachine. Een hond kruipt onder het bed. Een olifant trekt zich terug van de kudde. Geen enkel zoogdier zoekt een felle verlichte ruimte op, omringd door vreemden die in de gaten houden of het wel goed gaat.

Dit gedrag is niet angstig. Het is intelligent. Biologisch intelligent.

Het brein van een barend zoogdier registreert voortdurend: ben ik veilig? Is dit het juiste moment? Kan ik loslaten? En zolang het antwoord op één van die vragen 'nee' is, zal het lichaam de bevalling vertragen of tijdelijk stilleggen. Dit is geen storing. Dit is een beschermingsmechanisme dat honderdduizenden jaren oud is.

Kritische noot Dit is geen pleidooi tégen ziekenhuizen of medische zorg, die zijn voor veel vrouwen essentieel en levensreddend. Het is wél een uitnodiging om eerlijk te kijken naar hoe de omgeving rondom bevallen soms haaks staat op de biologische condities waaronder een lichaam het best kan baren.

Adrenaline: de handrem op je bevalling

Adrenaline en oxytocine zijn biologische antagonisten. Ze werken elkaar actief tegen. Wanneer je lichaam een gevaar registreert, wil het niet baren. Het wil vluchten of vechten. Bevallen is op dat moment biologisch gezien het allerslechtste moment.

Het resultaat? Hogere adrenalinespiegels remmen de oxytocineproductie. Minder oxytocine betekent minder of zwakkere weeën. Minder vordering. En, voor veel vrouwen herkenbaar, een gevoel van vastlopen, van een lichaam dat tegendraads is.

Maar het lichaam werkt niet tegen. Het reageert logisch op de omstandigheden. Denk aan: binnenkomst in een onbekende ruimte, vragen beantwoorden, onderzocht worden door iemand die je niet kent, felle TL-lampen, een partogram dat bijgehouden wordt. Al die dingen zijn, elk op zichzelf, kleine stresssignalen. Samen zijn ze voor sommige lichamen genoeg om de vluchtreactie subtiel te activeren. Niet bewust. Niet dramatisch. Maar fysiologisch: meetbaar.

Terug naar het orgasme. Stel je voor dat je halverwege gevraagd wordt of je wel genoeg vordert. Of dat de lamp aan gaat.

Je weet wat er dan gebeurt. Nu weet je ook waarom.

Bekeken worden en wat dat doet

Michel Odent, de Franse verloskundige en onderzoeker, beschreef decennialang hetzelfde principe: hoe meer een vrouw het gevoel heeft dat ze geobserveerd wordt, hoe actiever haar neocortex wordt. En een actieve neocortex, het rationele, analytische deel van je brein, is niet bevorderlijk voor bevallen.

Bevallen vraagt om een toestand die bijna het tegenovergestelde is van nadenken. Het vraagt om overgave aan instinct, aan het lichaam, aan een proces dat dieper zit dan woorden.

Waarom schreeuwen vrouwen soms pas écht hard als de verloskundige de deur uitloopt? Omdat het lichaam pas volledig loslaat als de observator weg is. Dat is geen toeval. Dat is fysiologie.

Warmte, duisternis en waarom dat niet zweverig is

Warm water tijdens de bevalling. Zachte verlichting. Bekende geuren. De aanwezigheid van iemand die je volledig vertrouwt. Dit zijn geen luxe extra's. Dit zijn biologische condities die de parasympathische staat bevorderen.

  • Warmte ontspant spieren letterlijk, verlaagt de spierspanning in de bekkenbodem en verlaagt cortisol
  • Duisternis stimuleert melatonine, wat de oxytocine-receptorgevoeligheid verhoogt
  • Bekende geuren en vertrouwde gezichten activeren het parasympathische systeem via het limbische systeem

Wist je dat de meeste bevallingen 's nachts starten? Niet omdat vrouwen overdag te druk zijn, maar omdat het lichaam in het donker letterlijk beter is uitgerust voor het baringsproces. Dit is geen aromatherapiepraatje. Dit is neurobiologie.

Bevallen is geen prestatie. Het is een toestand.

We zijn opgegroeid met de idee dat bevallen iets is wat je doet. Goed of slecht. Snel of langzaam. Natuurlijk of met hulp. En daarin zit ongemerkt altijd een oordeel.

Maar bevallen is geen werkwoord in de zin van een vaardigheid. Het is een toestand. Een fysiologische toestand die het lichaam ingaat, of niet ingaat, afhankelijk van de omstandigheden. Net zoals je niet kunt beslissen een orgasme te hebben. Je kunt wel de omstandigheden creëren waaronder het lichaam dat proces op gang brengt.

Een vrouw die 'niet goed perst'. Een bevalling die 'niet wil vorderen'. Een lichaam dat 'tegendraads' is. In vrijwel al deze gevallen is er geen defect systeem. Er is een zenuwstelsel dat reageert op omstandigheden die niet optimaal zijn voor dit biologische proces.

Dat is een heel ander verhaal. En het begint met een heel andere vraag: niet 'waarom werkt dit lichaam niet?' maar 'wat heeft dit lichaam nodig om te kunnen ontspannen?'

De logica die je nooit meer vergeet

Een bevalling is geen medische crisis die toevallig goed afloopt. Het is een biologisch proces dat járenlange evolutionaire verfijning met zich meedraagt. Een proces dat weet wat het doet, zolang het de ruimte krijgt om het te doen.

Warmte. Rust. Vertrouwen. Bekende stemmen. Duisternis. Vrijheid van observatie. Dit zijn geen wensen van verwende zwangere vrouwen. Dit zijn biologische randvoorwaarden voor een proces dat ooit de mensheid in stand hield.

En die koude voeten van het begin? Dat was het zenuwstelsel dat je al dit vertelde, al die tijd. Je hoefde alleen maar te weten hoe je moest luisteren.

Nieuwsgierig geworden naar de fysiologie achter bevallen, hechting en je autonome zenuwstelsel?

Bekijk Bevallen met rust en regie
Terug naar blog

Reactie plaatsen