"Je verwent hem als je hem steeds oppakt"
Deel dit met iemand die het kan gebruiken
"Je verwent hem als je hem steeds oppakt"
Waar dat advies eigenlijk vandaan komt, en waarom het al honderd jaar wordt doorgegeven.
Je kent de zin wel. Van je moeder, je schoonvader, misschien een buurvrouw bij de speeltuin. "Je moet hem niet zo verwennen." "Laat haar maar even huilen, dat is goed voor de longetjes." "Je maakt hem afhankelijk als je hem steeds oppakt."
Het klinkt als volkswijsheid. Iets dat "gewoon zo werkt", doorgegeven van generatie op generatie. Maar deze adviezen zijn ooit ergens begonnen. Niet bij oma zelf, en niet bij intuïtie. Ze komen voor een groot deel uit een tak van de psychologie die honderd jaar geleden serieus geloofde dat een baby een soort mechanisch trainingsobject was, en dat liefde gevaarlijk kon zijn voor het karakter.
De man achter een groot deel van dat gedachtegoed heette John B. Watson. Dit artikel gaat over wie hij was, wat hij écht schreef, en vooral over de vraag die eronder ligt: als een advies al tientallen jaren wordt doorgegeven, betekent dat dan dat het klopt? Of is het gewoon zo normaal geworden dat niemand meer vraagt waar het vandaan komt?
De man die baby's wilde opvoeden als een trainingsprogramma
John Broadus Watson (1878–1958) groeide op in een arm gezin in het zuiden van de Verenigde Staten, met een streng religieuze moeder en een vader die vroeg vertrok. Hij werd psycholoog, en niet zomaar een: hij wordt gezien als de grondlegger van het behaviorisme, een stroming die stelde dat je gedrag alleen serieus kunt bestuderen als je het van buitenaf waarneemt. Gevoelens, gedachten, innerlijke beleving: daar kon de wetenschap volgens Watson weinig mee, omdat je het niet objectief kon meten.
Watson geloofde bovendien dat een kind vrijwel volledig gevormd wordt door zijn omgeving. Geen aangeboren aanleg die er echt toe deed, maar conditionering: de juiste prikkels, op het juiste moment, en je kon van een baby vrijwel alles maken. In 1920 voerde hij samen met Rosalie Rayner een experiment uit met een baby die bekend werd als "Little Albert". Ze lieten het jongetje wennen aan een witte rat, en koppelden die rat vervolgens aan een hard, schrikachtig geluid. Het jongetje leerde bang worden van de rat, en die angst sloeg over op andere harige dingen. Voor Watson was dit het bewijs dat emoties aan te leren zijn, net als elk ander gedrag.
Die manier van denken paste hij vervolgens toe op iets veel dichter bij huis: het opvoeden van baby's.
Wat Watson werkelijk schreef
In 1928 publiceerde Watson zijn boek "Psychological Care of Infant and Child", dat binnen enkele maanden na verschijnen enorm populair werd. Daarin adviseerde hij ouders om hun kind vooral niet te veel te knuffelen of te kussen. Laat het kind niet op schoot zitten. Behandel het "objectief en vriendelijk-ferm", zoals je een jongvolwassene zou behandelen. Een kus op het voorhoofd bij het slapengaan was toegestaan, een handdruk 's ochtends ook, maar verder moest fysieke affectie tot een minimum beperkt blijven.
Watson was daarin niet uniek. Ook de kinderarts L. Emmett Holt schreef al eerder dat baby's onder de zes maanden eigenlijk nooit gespeeld zou moeten worden, omdat dat ze "zenuwachtig en prikkelbaar" zou maken. Watson bouwde dus voort op een bredere stroming, maar zijn boek gaf die stroming een wetenschappelijk jasje en een enorm bereik.
De redenering erachter was niet willekeurig wreed. Watson dacht dat te veel liefde en troost een kind afhankelijk en verwend zou maken, met gevolgen tot in de volwassenheid. Vanuit die logica was terughoudendheid in aanraking geen kilte, maar een vorm van bescherming voor de lange termijn.
Watson zelf twijfelde later aan zijn eigen advies. Hij gaf aan dat hij te snel en met te weinig onderzoek had geschreven, en dat zijn inzichten anders hadden kunnen zijn als hij meer tijd had gehad om door te studeren. Dat nuanceert het beeld van de kille, onwrikbare wetenschapper, al veranderde het weinig aan de schade die zijn advies inmiddels had aangericht.
Van theorie naar oma's advies
Hoe kwam dit dan bij jouw moeder of oma terecht? Niet rechtstreeks, meestal. De route liep via een aantal stappen: een wetenschappelijke theorie werd een populair opvoedboek, dat opvoedboek werd de norm in overheidsvoorlichting en artsenpraktijken, die norm werd de manier waarop een generatie ouders zelf is opgevoed, en die ervaring werd weer doorgegeven aan de volgende generatie als "zo hoort het nu eenmaal".
In de Verenigde Staten werden Watsons ideeën bijvoorbeeld verwerkt in overheidsbrochures over babyverzorging die massaal verspreid werden. Onderweg raakten de wetenschappelijke nuances vaak kwijt, en bleef vooral de kernboodschap hangen: te veel aandacht en troost is niet goed voor een kind. Latere opvoedadviseurs, onder wie Benjamin Spock, kwamen juist in verzet tegen deze kille aanpak, maar de oorspronkelijke boodschap bleef intussen doorsijpelen in praktische vuistregels: niet te snel oppakken, niet te veel troosten, een kind moet leren zichzelf te redden.
"Wij deden het vroeger ook" is geen bewijs
Waarom houden mensen vast aan een advies dat zo diep in hun eigen jeugd verankerd zit? Niet uit onwil, en zeker niet omdat ze het kwaad bedoelen. Er spelen een paar heel menselijke mechanismen mee.
Om te beginnen gebruiken mensen hun eigen opvoeding als referentiekader, simpelweg omdat het de enige ervaring is die ze uit de eerste hand kennen. Wat er in je eigen jeugd gebeurde, voelt daardoor al snel als "normaal" of zelfs als "bewijs dat het werkt". Daar komt confirmation bias bij: als een advies je is verteld door mensen die je vertrouwt, ben je eerder geneigd om bevestiging ervan te zien en tegenbewijs te negeren.
Er is ook iets dat psychologen cognitieve consistentie noemen: mensen voelen zich ongemakkelijk als hun eigen handelen niet meer past bij wat ze geloven. Als je vijftig jaar geleden je kind liet huilen omdat je dacht dat het goed voor hem was, is het pijnlijker om nu te horen dat dit misschien niet de beste keuze was, dan om vast te houden aan "het is toch goed gekomen". Herhaling maakt een advies bovendien vanzelfsprekend, en nieuwe inzichten kunnen oprecht bedreigend voelen, niet omdat mensen dom of koppig zijn, maar omdat het je eigen ouderschap in een ander licht zet.
Dat is precies waarom het onderscheid tussen "het werkte voor ons" en "het is biologisch optimaal" zo belangrijk is. Een kind dat is opgegroeid met weinig troost, kan later een prima leven leiden. Dat zegt iets over veerkracht, niet over wat het beste was voor zijn zenuwstelsel op dat moment.
Als een grootouder tegen je zegt: "Wij deden dat vroeger ook, en jullie zijn er toch ook goed uitgekomen?", dan hoeft dat geen verwijt te zijn en hoef je het ook niet als verwijt op te vatten. Het is een generatie die opvoedde met de kennis en de normen van haar tijd, niet met kwade wil.
Een baby is geen kleine volwassene
Een baby denkt niet: "Mijn moeder moet consequent zijn." Een baby heeft geen idee van opvoedtheorieën, en dat is precies het punt. Het zenuwstelsel van een pasgeborene is nog volop in ontwikkeling en kan zichzelf nog niet reguleren. Voor rust, warmte en veiligheid is een baby aangewezen op de nabijheid van een volwassene: dat heet co-regulatie, het "meelenen" van het zenuwstelsel van een ouder om zelf tot rust te komen. Zelfregulatie, het vermogen om jezelf te kalmeren zonder hulp van buitenaf, ontwikkelt zich pas geleidelijk, over maanden en jaren, en is niet iets wat je een baby van een paar weken kunt "aanleren" door hem alleen te laten huilen.
Hier zit ook het verschil tussen gedrag onderdrukken en gedrag aanleren. Als een baby stopt met huilen omdat hij heeft geleerd oppakken niet te verwachten, heeft hij niet geleerd zichzelf te troosten. Hij heeft geleerd dat troost vragen geen zin heeft. Dat is geen leerproces in de zin die Watson voor ogen had, het is eerder een vorm van aanpassing aan een omgeving die niet reageert.
Huilen is bij een baby geen manipulatie en geen zwak karakter, het is het enige communicatiemiddel dat een baby heeft om een behoefte kenbaar te maken: honger, ongemak, kou, overprikkeling, of simpelweg de behoefte aan nabijheid. Nabijheid bieden op het moment dat een baby daarom vraagt, is dan ook geen verwennen. Verwennen veronderstelt een overvloed aan iets dat schadelijk is, en nabijheid en troost zijn voor een baby geen overvloed, maar een basisbehoefte, net als voeding.
Interessant genoeg ontstond juist als reactie op het behaviorisme een heel andere kijk op hechting. De Britse kinderpsychiater John Bowlby, die in de jaren vijftig werkte, zette zich nadrukkelijk af tegen het idee dat een kind zich alleen aan een ouder hecht omdat die ouder voedsel geeft. Bowlby, later aangevuld met het observatiewerk van Mary Ainsworth, liet zien dat hechting een aangeboren, biologisch systeem is: een baby zoekt nabijheid bij een verzorger omdat dat in de evolutie zijn overlevingskans vergrootte. Dat is precies het tegenovergestelde uitgangspunt van Watson, die aanraking en troost vooral als risico zag.
Je kunt het anders doen zonder je ouders erop af te rekenen
Belangrijk om helder te hebben: de hedendaagse hechtings- en ontwikkelingswetenschap is niet simpelweg het tegenovergestelde van het behaviorisme. Het is niet zo dat "altijd reageren" en "nooit reageren" de enige twee opties zijn, met de wetenschap die nu voor de ene of de andere kant kiest. Moderne inzichten over hechting gaan over sensitief en tijdig reageren op de signalen van een kind, niet over een kind nooit laten wachten of nooit laten oefenen met kleine, hanteerbare frustraties.
En dat betekent ook dat je je eigen ouders niet tot slechte ouders hoeft te verklaren om zelf andere keuzes te maken. Zij deden wat destijds als verstandig en zelfs liefdevol werd gezien, op basis van de kennis die op dat moment beschikbaar was. Jij hebt nu toegang tot andere inzichten. Dat is geen aanklacht tegen het verleden, het is gewoon hoe wetenschap en samenleving zich ontwikkelen.
Waar komt dit advies eigenlijk vandaan?
Terug naar de kernvraag: als een advies al tientallen jaren wordt doorgegeven, betekent dat dan dat het klopt? Het antwoord is nee. Herhaling is geen bewijs. Iets kan generaties lang normaal gevonden worden en toch voortkomen uit een wetenschappelijke theorie die inmiddels grotendeels is verlaten, zoals het idee dat een baby een blanco, maakbaar wezen is dat je met de juiste conditionering vormt zoals jij dat wilt.
De volgende keer dat iemand zegt dat je een baby verwent door hem op te pakken, mag je gerust denken: dus dáárom zegt mijn moeder of schoonmoeder dat. Het komt niet uit het niets, en het komt ook niet uit onwil. Het komt ergens vandaan, van een man met een theorie en een goedbedoeld maar achterhaald idee over wat een kind sterk maakt.
Jij mag, met alles wat we nu weten over het zenuwstelsel van een baby, een andere keuze maken. Niet omdat vroeger alles fout was, maar omdat we inmiddels beter weten hoe een baby daadwerkelijk leert vertrouwen: door nabijheid, niet ondanks nabijheid.
Het klopt wat je voelt
Als je na dit artikel wilt begrijpen waarom nabijheid geen verwennen is, maar de basis waarop vertrouwen groeit, lees dan de gratis mini-gids Het klopt wat je voelt. Over twijfel, biologie en het grote misverstand over verwennen.
Lees de gratis gids →