Blog | Wat wij van baby’s kunnen leren
Share
Dingen aanleren of mogelijkheden bieden? Wat wij van baby’s kunnen leren”
De laatste tijd lijkt er voor elk “probleem” wel een product of methode te bestaan. Van stoeltjes waarin je baby kan “leren zitten” tot hulpmiddelen om sneller te leren lopen.
Dingen die ooit vanzelfsprekend waren, worden ineens gepresenteerd alsof ze niet vanzelf zouden gebeuren. Maar moeten we onze kinderen werkelijk álles leren? De wijsheid van het lichaam Een baby heeft negen maanden lang in de buik volledig zelfstandig kunnen groeien. Niemand hoefde uit te leggen hoe een hart klopt, hoe longen zich ontwikkelen of hoe vingers en teentjes ontstaan. Het zat er allemaal al in. Datzelfde vertrouwen mogen we na de geboorte hebben. Een baby leert rollen, kruipen, zitten, staan, lopen, praten en zélfs relaties aangaan, omdat dat in de aanleg zit. Het is geen trucje dat wij moeten aanleren. Het is een proces dat zich ontvouwt, stap voor stap, op het moment dat het kind eraan toe is.
Aanleren versus mogelijkheden bieden
Het verschil wordt vaak verward:
Aanleren: wij nemen het initiatief, bedenken wat het kind zou moeten kunnen en zoeken manieren om dat te stimuleren. Bijvoorbeeld: een loopstoeltje, zodat de baby alvast ‘oefent’.
Mogelijkheden bieden: wij scheppen de omstandigheden waarin het kind zélf kan ontdekken. Bijvoorbeeld: een veilige speelplek op de grond, zodat de baby uit eigen beweging leert rollen, tijgeren en lopen.
Dat tweede vraagt misschien meer geduld van ons, maar het levert iets groters op: vertrouwen. En dan is er nog iets belangrijks: frustratie. Een kind dat probeert te rollen of te grijpen en merkt dat het niet meteen lukt, kan gefrustreerd raken. Dat lijkt voor ons misschien vervelend, maar het is juist een positief signaal. Frustratie is een motor. Het maakt dat een kind opnieuw probeert, dat het uithoudingsvermogen ontwikkelt en dat het leert omgaan met tegenslag. Het is precies dat proces van uitproberen, vallen en opstaan dat ontwikkeling zo krachtig maakt. Wanneer wij te snel ingrijpen of een oplossing aandragen, ontnemen we een kind de kans om die ervaring zelf op te doen. Vertrouwen in plaats van sturen Kinderen hebben geen “oefencursus” nodig. Geen stoel die ze sneller doet zitten. Geen app die elke beweging bijhoudt. Wat ze nodig hebben is ruimte, veiligheid en nabijheid. Vanuit die basis ontplooien ze zich, mét de ruimte om af en toe te worstelen. Het is misschien een geruststellende gedachte: We hoeven onze kinderen niet steeds voor te zijn. We hoeven ze niet te pushen. Hun lichaam en geest weten de weg. Een uitnodiging
Dus laten we onszelf deze vraag stellen:
Moet ik dit mijn kind aanleren, of kan ik simpelweg de omstandigheden scheppen waarin het zelf kan ontdekken, mét ruimte voor frustratie en doorzetten? Misschien zit de echte kunst van opvoeden niet in méér doen, maar in minder sturen. In vertrouwen. In loslaten.